Wettelijk kader en verantwoordelijkheid van de werkgever

Algemeen beschouwd geldt dat elke interventie aan een elektrische installatie verricht moet worden conform de beschikkingen van het Algemene reglement over elektrische installaties (AREI). Het elektrische aandrijfsysteem van een hybride of elektrisch voertuig vormt echter een uitzondering op de toepassing van dit reglement (art. 1.02 van het AREI).

Waarop berust de sectorale HEV-certificering?

De sociale partners binnen EDUCAM hebben verschillende maatregelen getroffen om de risico's van het werk aan zulke voertuigen maximaal te beperken. Hierna volgt een overzicht van de wetteksten aan de basis van de uitwerking van het sectorale certificeringsstelsel inzake HEV:

  1. de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van werknemers bij de uitvoering van hun werk: art. 5;
  2. de codex over het welzijn op het werk: koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende het beleid inzake het welzijn (risicoanalyse en preventieplan): titel 1, hoofdstuk 3, sectie 3, artikel 21;
  3. het Koninklijk Besluit van 17 juli 1997 betreffende de veiligheids- en gezondheidssignalisering op het werk (Belgisch Staatsblad van 19 september 1997);
  4. het Koninklijk Besluit van 13 juni 2005 betreffende het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen (Belgisch Staatsblad van 14 juli 2005);
  5. het Koninklijk Besluit van 12 augustus 1993 betreffende het gebruik van arbeidsmiddelen (Belgisch Staatsblad van 28 september 1993);
  6. het koninklijk Besluit van 4 december 2012 betreffende de minimale voorschriften inzake veiligheid van elektrische installaties op arbeidsplaatsen (Belgisch Staatsblad van 21 december 2012).

Welke verantwoordelijkheid voor de werkgever?

Uit onderzoek van deze wetteksten blijkt dat de verantwoordelijkheid van de werkgever inzake elektrische voertuigen duidelijk omschreven is. De volgende aspecten behoren tot het takenpakket van de werkgever:

  1. verrichten van een voorafgaande risicoanalyse;
  2. treffen van accurate preventiemaatregelen;
  3. opstellen van arbeidsprocedures die met de risico's rekening houden;
  4. opleiden van zijn werknemers rond de nieuwe technieken en procedures voor hun interventies (onderhoud/herstelling);
  5. laten erkennen van de competenties van zijn werknemers, zodat ze de taken met betrekking tot deze nieuwe risico's kunnen verrichten.

De sectorale certificering inzake hybride en elektrische voertuigen heeft als doel om de werkgever te ondersteunen in zijn wettelijke verplichtingen.

De toekenning van de verschillende sectorale certificaten gebeurt neutraal en uniform. De opleiding met certificering vormt voor de werkgever een efficiënt instrument om zijn wettelijke verplichtingen te vervullen inzake de opleiding en de erkenning van competenties, zodat de interventies veilig gebeuren. De administratie van de overheden erkent dat de door EDUCAM ontwikkelde opleidingen en expertiseniveaus overeenstemmen met de geldende reglementaire voorschriften.

EDUCAM, opgericht bij CAO met kracht van wet, is niet alleen logischerwijze gemachtigd om dit type dossier te behandelen, maar heeft als paritair en sectoraal orgaan de legitimiteit om dit certificerende stelsel voor alle werknemers in de sectoren garage (112) en koetswerk (149.02) te implementeren.

De sectorale opleidingen en de certificering die EDUCAM voorziet, hebben in de eerste plaats betrekking op werknemers die te maken krijgen met hybride of elektrische voertuigen. Er zijn verschillende (opleidings)niveaus voorzien; deze worden voornamelijk bepaald door de taken die de persoon effectief in de praktijk verricht.